
DE ENGEL VAN JENNY
Soms worden mensen ziek, zo ziek, dat je bijna bang
bent dat deze mensen onze stoffelijke wereld zullen
gaan verlaten
Wanneer iemand zo ziek is, zijn je gedachten vaak bij
die persoon en wens je die persoon veel licht, kracht
en liefde
Jenny was zo iemand, maar ze is er gelukkig nog steeds
want er heeft een engel over haar gewaakt.

In 1995 kwam Jenny kwam er achter dat zij een nierziekte
heeft. De weg van nierdialyse bleek een lange weg.
Niettemin bleef Jenny hoopvol en vol met positieve
gedachten. Ik heb zelden iemand meegemaakt die zo
vrolijk bleef onder de vele uren en uren heamo-dialyse.
Helaas is er geen donornier beschikbaar
De heamo-dialyse veranderde in een C.A.P.D. spoeling
(Je buikvlies wordt als een filter (nier) gebruikt.
In je buik zit dan de c.a.p.d. vloeistof die erg veel
glucose bevat, en in samenwerking met je buikvlies
neemt de glucose de afval stoffen van je lichaam op.)
Het gevaar van een C.A.P.D. is de buikvliesontsteking
welke Jenny in december 1998 dan ook kreeg.
Koorts, algehele malaise, en een disfunctie in de milt,
intensive care, weken van onrust, en dan een bericht:
we weten niet of Jenny het haalt………………..
Een jonge vrouw van 38, getrouwd, 2 schatten van kinderen
ligt in het ziekenhuis, en we weten niet of ze het haalt.
Haar voeten worden zwart, haar benen, haar vingers worden
zwart, ............... we weten niet of ze het haalt
Een keten van licht en liefde, kracht voor haar famillie,
kracht voor Jenny.
Er is nog één medicijn….......…, maar ............
beter wel geven, dan niets geprobeerd.
En wonderbaarlijk knapt Jenny weer op.
Nu: december 1999 zit Jenny thuis op de bank
"Ik mis wel een stukje hoor" grapt ze, want haar linkerbeen
heeft ze niet kunnen behouden.
Haar vingers zijn wonderlijk nieuw, met prachtige nieuwe nagels.
Haar buik vol met littekens, waarvan ze zich afvraagt hoe ze
aan die littekens is gekomen.
Jenny:"Het maakt me niets uit hoe ik er uit zie, ik leef!"

En op de grens van jij en mij vind ik houvast
in de hand, die in de mijne past.
Dit verhaal is door Jenny zelf verteld aangevuld met de tekst uit het dagboek van haar man Coen.
|